Wie schrijft …

Wie schrijft …

Hobby’s … ik heb er vele! Als klein meisje mocht ik al graag knutselen, schrijven en tekenen. Op de lagere school haalde ik dan ook hoge cijfers voor tekenen, handenarbeid en ‘Nederlands’.

In de jaren ’60 en ’70 bleek ik al een bijna ergerlijke neiging te hebben in het ontwikkelen van mijn foutloze Nederlands waardoor ik nu (met name op Facebook en andere social media) de benaming  ‘taalnazi’  gekregen heb. D, t en dt, ei, y en ij, m’n en mijn zijn mijn specialiteiten. Omdat ik taal-nazi toch wel een erg negatieve lading vind hebben besloot ik om mezelf met mijn reacties dan maar in te houden. Ondanks de kriebels en jeuk die ik ervan krijg … Maar goed, niet iedereen is een Simon Carmiggelt, een Salvador Dali of een Anton Corbijn.

Waar ik nog meer de kriebels van krijg; als iemand een zelfgeschilderd kunstwerk trots plaats in de Facebookgroep ‘DIY met materiaal van Action’. Een schilderwerk dat bij een plaatselijke buurthuiswedstrijd nog geeneens door de voorrondes zou komen. Maar om de persoon niet af te vallen zijn de reacties onder de post met foto allemaal positief en ophemelend; “Prachtig”, “Fantastisch”, welke de persoon in kwestie alleen maar aansporen tot nóg meer uitingen van zijn/haar creativiteit. Ik vraag mijzelf dan af hoe terecht of onterecht de reacties zijn en zie voor me hoe ouders hun kleine grut die luidkeels meezingen met Adele of Michael Jackson dusdanig de hemel in prijzen, dat die zichzelf op 16 jarige leeftijd aanmelden voor Idols en vervolgens afgaan als een gieter en echt voor paal staan. Dit ter vermaak van het Nederlands televisiekijkend volk maar met alle gevolgen van dien! Die kinderen worden in hun woonplaats uitgelachen en nagejouwd en in de social media publiekelijk belachelijk gemaakt, vreselijk toch? Feitelijk gezien deed ik dus hetzelfde … maar ter verbetering en met alle goede bedoelingen.

Om terug te komen op mijn hobby’s is het leuk te vermelden dat ik die hier en daar ook vorm heb kunnen geven in mijn werkzaamheden bij verschillende werkgevers. Zo heb ik in de eerste helft van de jaren ‘90 verpakkingen en labels ontworpen en voorzien van illustraties voor een groot Im- en Exportbedrijf, gewoon uit de losse pols, met de hand getekend zonder grafische opleiding en zonder tussenkomst van een computerprogramma. Héérlijk was het ook om mijn kantoorwerkzaamheden als inkoopassistente te kunnen afwisselen met een stukje creativiteit! En wat voelde ik me als een vis in het water bij een van Neerlands grootste sieradenontwerpsters toen ik mijn werk als office manager stukje bij beetje kon delegeren en de vrijgekomen tijd kon vullen met teksten schrijven voor de website, webshop,  nieuwsbrieven en het ontwerpen van uitnodigingen voor de magazijnverkoop.

Sinds kort is er een nieuwe hobby bijgekomen: handlettering. Ik weet het, je wordt er momenteel mee doodgegooid, er verschijnen bijna dagelijks nieuwe boekjes met handleidingen, ‘how to’ en op RTL5 was er een heus TV-programma over handlettering. Weliswaar duurde dat maar 5 minuten maar met een verwijzing naar het YouTube kanaal, tja …

Samen met een vriendin heb ik uit pure nieuwsgierigheid een workshop van één avond gevolgd en de  liefde voor was al snel geboren. Binnenkort hebben we met nog een andere enthousiaste vriendin een gezellig samenzijn waarbij we onze handletterkunsten nog meer uit gaan diepen. Handlettering IS leuk en de drijfveer voor mij is dat ik het schrijven en tekenen kan combineren op een creatieve manier met oneindig veel mogelijkheden. Héérlijk!

Inmiddels ben ik begonnen om mijn eigen stijl hierin te ontwikkelen. En dat lukt aardig, na wat  weekjes oefenen begint het al helemaal ‘echt’ te worden maar ruimte voor verbetering is er altijd. Ik ben namelijk ook geen Salvador Dali …

ZEG HET MET BLOEMEN

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Bloemen, ik houd ervan. Het liefst heb ik een tuin vol én een huis vol, heerlijk geurend, daar word ik vrolijk van. Ze geven net dat beetje extra kleur aan mijn toch al kleurrijke leven. Overdaad schaadt? Die regel gaat bij mij niet op bij bloemen!!

Voorkeuren heb ik ook, zo vind ik een vers geplukt veldboeket het allermooist, een luchtige mix van zachtgele en blauw/paarse bloemen met frisgroen … daar maak je mij echt blij mee. Deze voorkeur wordt op de voet gevolgd door de zonnebloem. Hoe blij was ik toen wij tijdens onze Franse vakantie dagelijks langs heuvels vol met deze ‘godin der bloemen’ reden en regelmatig stopten om ze te fotograferen, te bewonderen én aan te raken. Ze plukken deed ik dan weer nét niet (het kriebelde wel), dat vond ik oneerbiedig en ongepast.

Manlief weet dat ik bloemen in huis heerlijk vind. Ook weet hij dat bijvoorbeeld tulpen mij niet kunnen bekoren, en dat zijn juist weer net zijn lievelingsbloemen. Wellicht komt dat omdat ik tussen de tulpen ben opgegroeid hier in Noord Holland en hij uit het oosten des lands komt? Ik vind ze per definitie niet mooi en bovendien lastig. Tulpen hebben de eigenschap dat ze doorgroeien in de steel, en als je ze dan mooi en met veel zorg geschikt hebt in de vaas ziet het er twee dagen later al niet meer uit, althans, dat vind ik … manlief niet. Om hem te plezieren haal ik eens per jaar dan toch maar een bosje en zet die uit liefde voor hem in een hoge (!) vaas.

Toen onze liefde nog heel pril was zo’n tien jaar geleden, hebben we het wel eens over bloemen gehad. Ik ben namelijk niet zo’n type die elke week op vrijdag als manlief uit het werk komt een bos verwacht. Ook niet zo’n plichtsgetrouwe bos op zaterdag van de markt, en al helemaal niet als goedmakertje na een ruzie of als het even iets minder gaat in de relatie. Ik vond dat hij dat moest weten. “Wat vind je dan mooi? En welke bloemen dan niet?” heeft hij toen gevraagd. Een eenvoudige vraag voor mij met een duidelijk antwoord; zonnebloemen en een blauw/paars veldboeket, misschien ook witte roosjes, dat vind ik prachtig. Zeker géén hyacinten, daar ben ik enorm allergisch voor en anjers al helemaal niet, brrr die zijn het ergst! Duidelijk, toch?

Exact twee weken geleden kwamen wij terug van vakantie, we waren een weekje weg geweest naar de Veluwe en hebben het heerlijk gehad met ons drietjes. Het mooie weer in die week was een aangenaam cadeautje, zeker voor Nederlandse begrippen. Thuisgekomen miste er het een en ander in de koelkast en terwijl ik de tassen uitpakte ging manlief snel naar de supermarkt om de nodige boodschapjes te halen. Hij kwam thuis met de boodschappen, een enorme glimlach op zijn gezicht en toverde met de woorden “Schatje, alsjeblieft, voor jou, omdat ik zo genoten heb de afgelopen week” ANJERS achter zijn rug vandaan. En niet één, maar liefst twee bossen …

‘Help!!’ dacht ik, maar ik zei: “Goh wat lief van je, dat had je toch niet hoeven doen (hint-hint)?” Anjers … of all flowers … my God!! Ik heb iets tegen anjers dat mag nu wel duidelijk zijn. Wijlen Prins Bernhard droeg dagelijks een verse in zijn revers, dat kon ik dan wel weer waarderen. Maar als ik bij mensen anjers in een vaas zie dan denk ik: ‘Van welke begrafenis heb je die overgehouden?’. En dat is het hele probleem met anjers, ik link ze aan begrafenissen en dode mensen en dan is het geen feestje meer om ze in huis te hebben.

Evenzogoed heb ik ze uit liefde voor manlief in een vaas gedrapeerd, wat dat betreft ben ik een tikje ouderwets én beleefd opgevoed en kijk ik een gegeven paard niet in de mond. Ze stonden op hun manier te pronken op de salontafel, een mega bos gemengd in dieprood en donkerroze. Dat was twee weken geleden, en … ze staan er nog, in volle glorie nog wel!!! Wie zegt dat bloemen en planten geen gevoel hebben? Nou, die hebben het mis! Dit is echt ‘The revenge of the carnations’. Waar elke mij zo geliefde bos na circa een week het loodje legt, staan deze door mij zo verafschuwde bloemen na twee weken nog. En zoals ze er nu bij staan ziet het er naar uit dat ze dat de komende weken ook zeker blijven doen. Het gevoel is dus wederzijds, ik heb een hekel aan anjers … anjers een hekel aan mij!

DE GULDEN OF DE EURO

Zijn we het niet eens een keertje zat dat gezeur en gezemel over de euro? Menig onderzoek toont aan dat zeker 65% van ons Nederlanders graag de gulden terug zien. Toch schijnt zo’n overgrote meerderheid in democratisch Nederland geen verschil te maken. De euro blijft en wij moeten ons er maar rustig bij neerleggen. Het is toch totaal zinloos om nu, negen jaren na de invoering van de Euro, nog steeds om te rekenen naar de gulden? Ik doe dat in ieder geval al zeker zeven jaar niet meer. In ieder geval niet bewust … Je zou toch gillend gek worden als je heden ten dagen bij de pomp je litertje Euro-95 a 1,75 zou vermenigvuldigen met 2,214. En wat te denken van een goede jeans die in 2002 nog 99 gulden kostte en waar je nu 79 euro of meer voor moet neertellen. Brrr, bewust niet bij stilstaan dus, het zij zo.

 Maar vanmiddag had ik ‘het’ zomaar ineens even. Ik weet niet waar het zo plots vandaan kwam maar het overkwam me gewoon. Samen met vriendlief om 17.30 uur even naar de supermarkt om snel nog iets te halen voor het avondeten. Bij binnenkomst stond daar een rek met plastic bakken gevuld met witte druiven, en jawel … in de aanbieding! Voor zo’n bak met daarin 500 gram van ons favoriete fruit betaal je in de gemiddelde supermarkt toch al snel iets van tussen de 2 en de 3 euro. Er prijkte een grote affiche boven de stelling met daarop vermeldt de prijs van 1,79 euro. “Goh, da’s goedkoop” zeg ik tegen mijn lief en doe een bak in het boodschappenmandje.

Eenmaal in de auto begint mijn toch al nimmer stilstaand brein te ratelen. “1,79 … goedkoop? Helemaal niet! Die druiven kosten dus gewoon 4 gulden (op de te verwaarlozen 4 cent na dan)“ Met andere woorden: zou ik ze ook gekocht hebben als ze 4 gulden hadden gekost? Nee dus, dat is toch geen aanbieding?! En dan komen de druiven ook nog uit India, en zijn ze waarschijnlijk geplukt door kinderen die liever naar school waren gegaan of volwassenen die bij de druivenboer op het veld wonen en leven van een uiterst schamel plukloon.

Als ik rechts voor me naar de druiven op de fruitschaal kijk voel ik me bijna schuldig. Maar ja, weggooien doe je niet, dat is zonde. We gaan er dus tóch maar van genieten. En met de ogen dicht en genoeg fantasie neem ik een druif en waan mezelf even in een warm en kleurrijk India.

-2011-

MADE IN CHINA

Mijn schoonouders houden van reizen, het liefst verre reizen want dat doe je als je gepensioneerd, maar nog fit van lijf en leden bent. Zo gaan ze regelmatig naar Bali en zijn ze inmiddels al twee keer in China geweest. Uiteraard komen ze elke keer terug met de mooiste foto’s, verhalen en … souvenirs. Als (schoon)ouders en opa en oma zijnde doe je dat, je houdt van je kinderen en kleinkinderen en wil ze op die manier deel uit laten maken van de herinneringen aan de wondermooie reis die je gemaakt hebt.

De souvenirs lopen enorm uiteen, van prullaria (excuses maar ik kijk een gegeven paard echt niet in de bek) tot écht wondermooie poppen en tasjes. Na hun laatste reis naar China kreeg vriendlief een horloge. Tja, een horloge uit China, dan denk je algauw aan ‘troep uit China’, meer Beverwijkse Bazaar kwaliteit. Maar goed, het horloge op zich zag er écht leuk uit met een afbeelding van Mao. Bij elke seconde die de secondewijzer vooruit gaat zwaait hij met zijn hand. Heel apart! Vriendlief was heel erg verguld met het horloge en heeft het veel gedragen totdat het horloge het niet meer deed. Vlak daarna kreeg hij een mooi horloge van een gerenommeerd merk dus Mao verdween in een kistje, of lade of op een onvindbare plek en werd een beetje vergeten.

Totdat vriendlief een aantal weken geleden ineens Chinese films ging kijken. Toen popte het horloge ineens weer op in zijn herinnering. Na zoeken en zoeken kwam die tevoorschijn uit een lade. En wederom was mijn lief weer enorm blij, nu vanwege het feit dat hij het vergeten horloge weer had gevonden. Het toeval was dat het een zaterdag was en op zaterdag is het bij ons in de stad marktdag en op de markt heb je goedkope batterijtjes die er ‘klaar terwijl u wacht’ worden in geplaatst. Want ja, met een souvenirtje ga je niet naar een juwelier toch?

Eenmaal op de markt maakte de man in de kraam het horloge in alle stilte open, hij keek erin en zonder een woord maakte hij het weer dicht zonder het batterijtje vervangen te hebben. Hij keek manlief aan met de woorden “mooi uurwerk, goed horloge, Russische makelij meneer”. Hij wond het horloge op en gaf het met een knipoog terug aan mijn lief …

-najaar 2015-

MACHTELOOSHEID

Vanmorgen had ik via Facebook een chatgesprek met een van mijn Griekse vrienden die op een klein eilandje woont. Hij doet dit met een gekregen tablet (van een toerist) via de WIFI van de buren. De laatste dagen chatten we elke ochtend even, hij voor wat aanspraak en ik om hem moed in te spreken en uit bezorgdheid.

Hij is visser en kon daar voorheen van leven, geen luxe maar dat maakte hem niet uit, zolang hij zijn rekeningen maar kon betalen en wat kon eten. Heerlijk die onbevangenheid. Na de invoering van de Euro begon een en ander te veranderen. Hij moest ineens een elektronische boekhouding gaan voeren van zijn schamele verdiensten. Maar ja, hoe doe je dat als je alleen lagere school hebt gehad en je jezelf een boekhouder niet kunt veroorloven? Het bleef behelpen met wat hulp van mede eilanders, want dat doe je op een klein eiland, ons kent ons en iedereen staat voor elkaar klaar.

Tot het begin van de crisis, toen kwamen de grote veranderingen. Het kleine beetje subsidie dat hij kreeg als zelfstandige kleine visser kwam te vervallen, tegelijkertijd ging de belasting voor hem als kleine zelfstandige drastisch omhoog. Als hij nu uit zou gaan varen om te vissen en voor 150 euro omzet aan vis in de week zou kunnen vangen (wat meestal niet het geval is) zou hij na het betalen van belasting en zijn brandstof voor de boot en zijn havengeld niets over houden, nul komma nul.

Gelukkig heeft hij een lieve moeder, een weduwe van tegen de 80. Omdat haar man al lange tijd geleden is overleden leeft ze van een schamel pensioentje, maar ook zij is met weinig tevreden, haar man was vroeger immers ook zelfstandig visser en ze hebben ervan kunnen leven. Mijn vriend mocht bij zijn moeder komen eten, elke dag en zo deelden ze haar pensioentje. Ook probeerde hij wat bij te verdienen, vissen ging niet door de hoge kosten dus pakte hij aan wat maar mogelijk was, een schilderklusje hier, een schoonmaakklusje daar. Maar veel werk was er niet voor hem, iedereen had het inmiddels moeilijk op het eiland.

Tot zijn moeder een beroerte kreeg konden ze het redelijk redden. Maar na drie weken kwam ze thuis uit het ziekenhuis met het advies haar dagen daar te slijten, een goede verzekering was er niet, dat kon er niet af. Dus mijn beste vriend trok bij zijn moeder in om voor haar te zorgen, dag en nacht. Tot overmaat van ramp is ze tijdens een toiletbezoek gevallen en heeft haar heup gebroken. Na 1 week ziekenhuis mocht ze weer naar huis alwaar haar zoon verder ging met zorgen, dag in dag uit, 24/7. Hoe beroerd het ook ging … ze konden het net aan redden.

Tot afgelopen maandag … de banken zijn dicht en mijn vriend kan geen geld halen bij de bank van het pensioen van zijn moeder. Zij heeft geen pinpasje en hij geen cent op zijn rekening omdat hij geen inkomen heeft. Gelukkig had hij de vrijdag ervoor nog wat pasta, brood en tomaten kunnen kopen van hun weekgeld maar dat is nu op, zowel het geld als de voorraad. Hulp van de overheid blijft uit en de mede eilanders kunnen weinig, die zijn zelf bang voor wat komen gaat. En als ik dan vanmorgen het gesprek afsluit met de woorden “I wish I could help you right now, please stay strong for your mom, love you and thinking of you” en hij zegt: “Don’t you worry, we will survive as always” dan breek ik en moet ik stilletjes huilen uit machteloosheid.

-2015-

ODE AAN DE WASHAND

www.yumeko.nl-Yumeko-washandje-pure-white-4-st

Iedereen heeft zo wel zijn of haar favoriete bezigheden en één van mijn favo dingen die zeker in mijn Top-5 voorkomt is Douchen met een hoofdletter D.

Wij hebben een normaal formaat badkamer, niet te groot en niet te klein met het nodige ingericht zonder overbodige luxe maar wel netjes, functioneel én (voor mij heel belangrijk!) schoon. Wij hebben geen inloopdouche achter een ‘crystal’ glaswand met bruiningslampen, 8 waterjets, een tweepersoons regendouche, automatische watertemperatuurregelaar en one-touch kraan. Nee, wij hebben heel truttig een zitbad met daarboven een douche zodat ik heerlijk zittend kan douchen en relaxen. Natuurlijk kunnen we ook kiezen voor een superduper inloopdouche met een douchestoeltje hangend aan de wand, maar dat vind ik nóg oubolliger (lees: ‘daar ben ik nog niet aan toe’).  Bovendien zou ik dan ook op koude dagen, of als het even wat minder met mijn pootje gaat het comfort en de weldaad van het bad missen. Want dat bad gevuld met warm water heeft voor mij een andere functie dan het reinigen van het lichaam. Tussen mijn oren zit namelijk het idee dat je van badderen niet echt schoon wordt, van douchen dan weer wel. Ook missen we de ruimte om een douche en bad apart te plaatsen. Een slaapkamer opgeven en omtoveren tot een ‘Walhalla der natte ruimtes’ is geen optie met alle kinders en aanloop.

Douchen is zo’n heerlijk moment voor mezelf, genietend onder de warme waterstralen even helemaal bijkomen van de beslommeringen van de dag, letterlijk en figuurlijk alles van me afspoelen. En zo zittend met mijn ogen gesloten gebeurt er van alles in mijn hoofd, onder de douche kan ik even écht alles loslaten en wordt er ruimte vrijgemaakt voor de creatieve geest. Mijn brein staat nimmer stil (en dat is wel eens vermoeiend) maar onder de douche ontstaan in mijn hoofd de meest uiteenlopende ideeën en dromen. Die dromen en gedachten variëren van hoe ik een eigen B&B zou beginnen (nog steeds een droom die ik ooit echt wil waarmaken). Hoe we rond zouden lopen in New York tijdens een weekendtrip en ik duizelig zou worden van het omhoog kijken naar de wolkenkrabbers. Hoe we zouden trouwen op een zonovergoten Grieks eiland bij een klein kerkje aan het strand heel simpel in witte, luchtige zomerkleding met geurende roze bougainville in mijn haar en op teenslippers met als afsluiter een echt ‘big fat Greek wedding’ feest in ons favoriete restaurant. Soms zijn het wel complete verhalen voor columns of boeken! En omdat ik bijna altijd verbeeldende gedachten heb zie ik dat alles als een film in mijn hoofd echt gebeuren. Héérlijk!!!

Helaas vervagen of verdwijnen die beelden en gedachten meestal direct bij het verlaten van de badkamer. Maar er is er eentje die steeds terugkomt tot het irritante toe, elke keer weer als ik onder de douche zit. En dat is ook niet zo verwonderlijk omdat het onderwerp van het verhaaltje zich altijd direct in mijn blikveld bevindt; de fluff van vriendlief.

De fluff, ik noem het zo omdat ik dat een passend woord vind. Als ik op ga zoeken hoe het echt heet kan ik maar weinig vinden, maar een grote drogisterijketen noemt het mesh-spons. Nou, ik vind het weinig weghebben van een spons, het lijkt mij meer op zo’n ouderwetse metalen pannenspons maar dan van plastic met een koordje in een blits kleurtje. Zo’n ding dat je standaard cadeau krijgt voor je verjaardag bij de douchegel en badschuim. Zonder fluff lijkt zo’n fles wel niet compleet, alsof het een must is en je niet zonder kunt. Nee, geef mij maar een oerdegelijke, ouderwetse washand.  Maar die krijg je niet cadeau bij het flesje geurrijke zeep, want het lijkt wel alsof iedereen blij is of blij moet zijn met een fluff. Nou … ik NIET!

En ja, eerlijkheidsgetrouw moet ik bekennen dat ik in het verleden zelf ook echt wel meerdere fluffs heb gebruikt. In de jaren 80-90 maakte dit douche- en bad attribuut zijn opmars en vond ik het eigenlijk wel een grappig ding. Handig ook, want het lusje hing je zo aan de kraan zodat de fluff rustig uit kon druipen. En vriendlief doet dat ook, laten uitdruipen aan de badkraan. En als ik dan nu de badkamer binnenkom en dat zwarte verfrommelde ding zie hangen dan weet ik niet hoe snel ik die weg moet halen. Weg van de kraan en weg boven het bad. Kippenvel krijg ik tegenwoordig van die dingen, all over!

Natuurlijk, het schurende effect van de fluffs kan een weldaad zijn voor de huid, heerlijk al die dode huidcellen eraf, maar heb je zo’n ding wel eens tussen de billen, tussen de benen, over de genitaliën of tepels gevoeld? Tenzij je lichtelijk van SM houdt kan ik me er iets bij voorstellen maar voor mij is het een no-go. Dus grijp je voor die delen toch al snel naar de washand, en waarom twee attributen gebruiken als het met slechts eentje ook volstaat?

Maar dat is niet de enige reden voor mijn afschuw. Het grootste jakkes-moment is ontstaan toen ik eens samen met vriendlief onder de douche stond en hij mij heel schattig en goedbedoeld zijn fluff aanbood om mezelf eens lekker in te zepen. Ik keek naar dat ding in zijn hand en zag … een haar! Aangezien hij niet veel op het hoofd heeft was het eenvoudig te raden waar die haar vandaan kwam. En nee, ik ben zeker niet vies van hem maar heb wel iets tegen schaamhaar en andere lichaamsharen. En tegelijk ging er van alles door mijn hoofd “een haar … wat voor haar … schaamhaar … okselhaar … hoe lang zit dat ding er al … help”. Sindsdien voor mij geen fluff meer, NOOIT meer.

Heb je er wel eens bij stilgestaan hoe onhygiënisch zo’n fluff eigenlijk is? Huidschilfers, haren van wherever, ongelukkige restjes van tussen de bilnaad … alles maar dan ook ALLES blijft erin hangen. En je kunt dat ding uitspoelen en nog eens uitspoelen maar door de structuur van fijnmazig plastic verdwijnt er niets en blijft alles netjes op z’n plaats zitten. Uiteindelijk een broeinest van bacteriën dus, brrr. En heb je al eens geprobeerd een fluff in de wasmachine te wassen? Ik weet niet of de kwaliteit van alle fluffs even slecht is, maar mijn ervaring is dat ze wel in de wasmachine kunnen maar dat je maar moet afwachten hoe ze eruit komen! Veelal helemaal uit elkaar of in een onherstelbare vorm met ergens nog een bungelend koordje. En wassen in een kussensloop of waszakje is ook geen optie, de haren erin blijven hardnekkig zitten! En nee, ik heb geen smetvrees. Met twee buitenaardse wezens vermomd als katten en een Maine Coon in huis én een handicap is het echt niet altijd overal even schoon, maar zo’n gebruikte fluff …

Geef mij dus maar de washand, de oerdegelijke ouderwetse washand en dan uiteraard van een fijne badstof met minuscule lusjes, waar geen haren in blijven hangen. En het liefst een klein beetje versleten. En niet gedroogd in de wasdroger, zeker niet, dat is uit den boze! Uiteraard ouderwets gedroogd aan het wasrekje zodat dit belangrijke stukje textiel niet té zacht is maar nog lekker een klein beetje ruw. En na gebruik zo hup de wasmachine in. Oude washandjes zijn ook ideaal, in de badkamer gebruik ik ze als dweiltje voor de wastafel, de douche en de kranen. Fantastisch zo’n dweiltje om je hand heen, het glijdt niet weg en uitgewrongen absorbeert het nog ook. En als ze nóg ouder zijn hoef je ze nog niet direct weg te gooien, je kunt er dan heerlijk je schoenen mee poetsen, heb je dat wel eens geprobeerd met een fluff? Ode aan de washand!

Zo, dit ‘doucheverhaaltje’ is eruit, staat eindelijk geschreven. Vanavond maar weer lekker onder de douche, er is weer ruimte in mijn hoofd. Ik ben benieuwd wat voor hersenspinsels zich dan weer ontpoppen … spannend!